War Heritage Institute

Een unieke tuniek: missie volbracht!

Tuniek van het 16e regiment dragonders (2. Hannoversches Dragoner-Regiment), Duits keizerlijk leger, model 1915, gedragen door de Duitse keizer Wilhelm II.

In mei 2020 is het WHI een topstuk rijker geworden. De WO I collectie werd uitgebreid met een cavalerie-uniformjas van het dragondersregiment nr. 16 van de laatste Duitse keizer, Wilhelm II (1859 - 1941).

Een zijden kleermakersetiket van de hofleverancier Noé & Schultze, met de handtekening van de keizer in blauw potlood, én een geborduurd label van het regiment, het 2de Hannoveraanse dragondersregiment nr. 16, waarop het monogram en de kroon van de keizer met de hand zijn genaaid, laten geen twijfel over de authenticiteit van het uniform. Ook de verschillende lengte van de mouwen verraden dat het gaat om een officiersjas van keizer Wilhelm II, die van bij de geboorte een verlamde kleine linkerarm had. De vergulde epauletten, de verzilverde knopen, de zijden voering, de mantelstof met contrastrijke gele bandweefsels afgewerkt, verwijzen naar de hoogwaardigheid van de drager.

Keizer Wilhelm II, koning van Pruisen, is een belangrijke historische sleutelfiguur van de Eerste Wereldoorlog. Hij verbleef in 1918 in Spa waar zijn Duitse hoofdkwartier was gelegerd om tactische redenen. Zijn keizerschap eindigde in 1918 op 9 november in België. Hij vluchtte naar het neutrale Nederland waar hij op 10 november asiel verkreeg en in juni 1941 overleed.


De Duitse keizer wou een krijgsheer zijn. In navolging van een traditie opgestart door de Pruisische koning beschikte hij over de uitrusting van alle regimenten (die hij trouwens regelmatig bezocht). In de 19de eeuw verleende hij de titel van “chef" (kolonel-eigenaar) niet enkel aan moedige officiers als eerbewijs, maar ook aan gekroonde hoofden als blijk van waardering.

De titel van "chef" van het 16e dragonders werd eerst aan de broer van Leopold II, Filips, toegekend en vervolgens aan diens zoon Albert. Wilhelm II was op zoek naar steun voor zijn projecten en beschouwde Albert I van Saxen-Coburg, koning der Belgen, als een Duitse vorst: Albert had het regiment al ontmoet in 1898 en in 1907, en schouwde het in 1913 in zijn kantonnering in Lüneburg. De koning was de oorlogszuchtige taal echter niet erg genegen en apprecieerde de manipulatie waarvan hij het slachtoffer was allerminst, waardoor hij het Duitse uniform slechts binnen de strikte limieten van het protocol droeg.